Ga terug naar de homepage

Diagnose en onderzoeken

Een vroege diagnose draagt bij tot een betere prognose!
 

Bij laattijdige diagnose van kinderreuma kan er al onomkeerbare schade ontstaan zijn in de gewrichten en wordt de controle over de auto-immune inflammatie of ontsteking des te moeilijker. Daarom is vroege herkenning van tekens die wijzen in de richting van kinderreuma heel erg belangrijk.

Heeft de huisarts of de kinderarts een vermoeden in de richting van kinderreuma uitgesproken, vraag dan zo snel mogelijk om een doorverwijzing naar een kinderreumatoloog.

Kijk ook onder de knop 'Behandelingen en Hulpverlening' om te zien waar je terechtkan.

Klik hier om meer te leren over de verschillende vormen van kinderreuma.

Hoe stel je kinderreuma vast? Waarop moet je letten als pediater of huisarts?

Prof. dr. Dehoorne, kinderreumatoloog: ‘De eerste klachten kunnen vaag zijn: een kind hinkt lichtjes, een knie of een enkel is gezwollen en doet pijn … Een specifieke test om kinderreuma vast te stellen is er niet. Pas als je een infectie of andere oorzaken kunt uitsluiten en de gewrichtsontsteking langer dan zes weken aanhoudt, kun je aan kinderreuma als oorzaak denken. Aanvullend onderzoek kan die diagnose bevestigen: beeldvorming van de gewrichten en bloedonderzoek om onder meer ontstekingswaarden te bepalen.’

De echte oorzaak van kinderreuma is niet gekend. Je hebt als ouder niets verkeerds gedaan, het overkomt je kind gewoon.

Bron: UZ Letters

We kunnen kinderreuma niet genezen. Waaruit bestaat de behandeling dan wel?

Prof. dr. Dehoorne, kinderreumatoloog: ‘We kunnen wel de auto-immuunreactie en de ontsteking onderdrukken en de pijn verzachten of wegnemen. Dat doen we in afwachting van een spontane remissie (Een remissie betekent dat de klachten van pijn, abnormale vermoeidheid en bewegingsbeperking in de gewrichten voldoende verdwijnen). Die doet zich bij een groot deel van de patiënten voor, al kunnen we niet voorspellen wanneer. De introductie van biologische geneesmiddelen (biologicals) heeft de prognose en de levenskwaliteit van de patiënten fors verbeterd. Een ander onderdeel van de behandeling is revalidatie, om de functie van het gewricht te behouden en vergroeiing te voorkomen. De behandeling is heel complex: daarom is samenwerking van verschillende specialisten noodzakelijk.’

Je vindt meer informatie over behandelingen via de knop 'Behandelingen en hulpverlening'.

Bron: UZ Letters

Klinisch onderzoek

Om de diagnose te stellen is vooral het verhaal en het lichamelijk onderzoek belangrijk. De reumatoloog kijkt en voelt of er gewrichten ontstoken zijn. Ter ondersteuning hiervan maakt de reumatoloog gebruik van aanvullende onderzoekingen.

Bloedonderzoek

Heeft je kind hoge BSE- en/of CRP-waarden dan worden die bij volgende bloednames gebruikt om de graad van ontsteking of inflammatie te volgen.

Toch kan je kind normale waarden hebben voor deze laboparameters, ondanks activiteit van reuma.

Je bloed kan ook worden onderzocht op reumafactoren. Reumafactoren zijn eiwitten die met het afweersysteem te maken hebben. Als deze reumafactoren aanwezig zijn, dan verloopt de ziekte vaak iets ernstiger. Maar er bestaan ook vormen van JIA waar deze reumafactoren niet aanwezig zijn. 

Reumafactoren zijn elementen in het bloed die een diagnose kunnen helpen bevestigen. Als ze aanwezig zijn dan verloopt kinderreuma vaak ernstiger. Sommige vormen van kinderreuma zijn evenwel reumafactor negatief: die bloedanalyse is “normaal” en toch is er sprake van reuma.

Een HLA-B27 test wordt ook meestal aangevraagd. HLA-B27 is een soort bloedgroep van de witte bloedcellen, zoals je voor de rode bloedcellen wordt ingedeeld in bloedgroepen A, B, AB of O.

HLA-B27 is positief bij ongeveer 9% van de normale Vlaamse bevolking.

Volwassen personen met axiale spondyloartritis SpA zijn 90% positief voor deze factor, 10% hebben dit gen echter niet.

Bij de jeugdige vorm van SpA, die jSpA of juveniele SpA wordt genoemd, zijn zowat 85% van de kinderen positief voor deze bloedgroep van witte bloedcellen. 15% ervan hebben deze bloedgroep niét.

Beeldvorming

RX (Röntgenfoto)
Op een röntgenfoto is te zien of een gewricht is beschadigd. Meestal is dit pas te zien in een later stadium van de ziekte of bij een agressief verloop van de artritis.

CT-scan 
Een CT-scan (Computer Tomografie) is een onderzoekstechniek die gebruik maakt van röntgenstraling. Je wordt in een apparaat geschoven dat de doorgelaten straling detecteert en meet. Een computer zet de opgevangen signalen om in 3D-informatie die op een beeldscherm bekeken wordt. De blijvende technische innovaties zorgen ervoor dat er steeds minder straling nodig is tijdens het onderzoek.

Echografie
Geluidsgolven tonen een beeld van organen, spieren en andere structuren door de weerkaatsing op overgangen tussen zachte en hardere structuren.

PET-scan 
Een PET-scan (Positron Emission Tomografie) is een isotopisch onderzoek waarbij een zwak radioactieve stof (isotoop) wordt ingespoten.  Het meest gebruikte isotoop bij PET-scans is FDG, een fluorhoudende suiker met een levensduur van hooguit twee uur. Je loopt dus helemaal geen gevaar om bestraald te worden. Eventuele problemen worden zichtbaar gemaakt via het radioactief gemerkt suiker. Na inspuiting volgt een PET-scan om deze problemen in beeld te brengen.

MR-scan (magnetische resonantie) 
Een MR-onderzoek is een beeldvormingstechniek die gebruik maakt van sterke magneetvelden en radiogolven (geen röntgenstraling). Je wordt in een apparaat geschoven dat informatie over de eigenschappen van de onderzochte weefsels in beelden kan omzetten.

Het onderzoek vraagt stilliggen gedurende bijna 20 minuten en vereist bij jonge kinderen vaak verdoving of sedatie.

Skeletscintigrafie of botscan 
Skeletscintigrafie of botscan is een beeldvormende techniek waarbij een afbeelding gemaakt wordt van het skelet door het bot eerst op te laden met een radio-actieve isotoop. Na de inspuiting van een zeer kleine dosis van een kortlevend radio-actief materiaal, moet er een aantal uren gewacht worden zodat het product de kans heeft zich in te bouwen in het bot. Met een gammacamera wordt er dan een opname van het skelet gemaakt, die aantoont waar de radioactiviteit zich bevindt.

Een extra aandachtspunt zijn oogontstekingen

Prof. dr. Dehoorne, kinderreumatoloog: ‘Vooral bij kinderen met oligoarticulaire JIA kunnen oogontstekingen voorkomen, ook op momenten dat er geen gewrichten ontstoken zijn. Het vervelende is dat die oogontstekingen asymptomatisch verlopen: het kind zelf en de omgeving merken er meestal niets van. Het is dan ook erg belangrijk om ze tijdig te herkennen, anders kunnen ze tot gezichtsverlies leiden. Daarom moeten kinderen met een verhoogd risico elke drie tot zes maanden naar de oogarts, die hun ogen onderzoekt met de spleetlamp.’

Bron: UZ Letters